{"type":"document","data":{"id":"75001a19-85c1-4969-a9a2-8fd5e8a79c16","localeString":"nl-BE","publishDate":"2023-12-08T10:18:51.936+01:00","contentType":"onecms:editorialPage","hasMacro":false,"flexPageMetadata":{"afmBanner":false,"robotInstruction":{"noIndex":false,"noFollow":false},"description":"De waardering van schenkingen voor de berekening van inbreng of inkorting gebeurt bij uw overlijden in principe volgens de geïndexeerde waarde. Tot welke problemen kan dit leiden - zeker in tijden van hoge inflatie - en hoe kunt u deze verhelpen?"},"mainHeaderZone":{"componentType":"editorialHeader","coreHeader":{"title":"Worden uw schenkingen ‘teveel’ geïndexeerd?","subtitle":"De waardering van schenkingen voor de berekening van inbreng of inkorting gebeurt bij uw overlijden in principe volgens de geïndexeerde waarde. Tot welke problemen kan dit leiden - zeker in tijden van hoge inflatie - en hoe kunt u deze verhelpen?"},"backLink":{"textLink":{"url":"/nl/private-banking/nieuws/juridisch-en-fiscaal-nieuws","text":"Juridisch en fiscaal nieuws"}},"date":"2023-12-01","readingTime":5},"flexZone":{"flexComponents":[{"componentType":"paragraph","title":"Reservataire erfgenamen","richBody":{"value":"<p><span><span>Het uitgangspunt van het Belgisch erfrecht is dat elke erfgenaam in principe evenveel moet krijgen. Heeft u bijvoorbeeld drie kinderen, dan zullen zij bij uw overlijden in principe elk 1/3 van uw nalatenschap krijgen, tenzij u dat uitdrukkelijk anders wenst. U kunt daar evenwel slechts in beperkte mate van afwijken.</span></span></p><blockquote><p><span><span><span>Al uw erfgenamen moeten in principe evenveel krijgen</span></span></span></p></blockquote><p><span><span>Bepaalde erfgenamen worden door het erfrecht immers beschermd, zodat ze in principe niet helemaal onterfd kunnen worden. Dat zijn de zogenaamde ‘reservataire erfgenamen’. Het gaat om uw kinderen en uw langstlevende echtgeno(o)t(e). Zij moeten bij uw overlijden altijd een minimaal deel van uw vermogen krijgen, zelfs wanneer u tijdens uw leven al een groot deel van uw vermogen aan iemand anders weggeschonken heeft. </span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Inkorting en inbreng van schenkingen","richBody":{"value":"<p><span><span>Wanneer u tijdens uw leven teveel weggeschonken heeft en daardoor de reserve van uw reservataire erfgenamen aangetast wordt, moet dat ‘teveel’ teruggegeven worden (in principe ‘in waarde’, niet ‘in natura’). Dat is de ‘inkorting’. Om na te gaan of de reserve niet aangetast wordt, wordt bij uw overlijden de omvang van uw nalatenschap als volgt vastgesteld. Bij het vermogen dat u op het moment van uw overlijden nog bezit worden alle schenkingen die u tijdens uw leven gedaan heeft opgeteld. Op die manier wordt een ‘fictieve massa’ samengesteld. Op basis daarvan wordt dan berekend of elke erfgenaam krijgt waarop hij of zij minimaal recht heeft.</span></span></p><p><span><span>Naast de regels van de inkorting, die als doel hebben de wettelijke reserve te herstellen, zijn er ook nog de regels van de ‘inbreng’, die beogen de gelijkheid onder de erfgenamen (zie hoger) te herstellen. Daartoe doen die erfgenamen inbreng (ook ‘in waarde’) in de nalatenschap van de schenkingen die zij als voorschot op erfenis verkregen hebben. Op die manier wordt nagegaan of zij elk evenveel krijgen. </span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Waardering van de schenkingen bij inbreng","richBody":{"value":"<p><span><span>De schenkingen die ingebracht moeten worden, werden vóór de hervorming van het erfrecht anders gewaardeerd dan nu. De onroerende goederen moesten ingebracht worden in natura (dus aan de waarde op het moment van de verdeling van uw nalatenschap), en de roerende goederen aan de waarde op het ogenblik van de schenking. </span></span></p><p><span><span><strong>Voorbeeld:</strong> U heeft 20 jaar voor uw overlijden aan uw dochter een woning geschonken die op dat ogenblik 300.000 euro waard was, en u heeft aan uw zoon 300.000 euro cash gegeven. Bij de verdeling van uw nalatenschap blijkt die woning echter 500.000 euro waard te zijn. Vóór de hervorming van het erfrecht werd er bij de inbreng van uitgegaan dat uw dochter geen woning van 300.000 euro, maar wel een woning van 500.000 euro gekregen heeft - terwijl uw zoon maar een bedrag van 300.000 euro moest inbrengen. </span></span></p><p><span><span>Om dat probleem op te lossen, houdt het nieuwe erfrecht bij de inbreng rekening met de waarde van de geschonken goederen op het moment van de schenking, ongeacht of u roerende of onroerende goederen geschonken heeft. In ons voorbeeld zullen uw zoon en uw dochter met andere woorden toch geacht worden evenveel gekregen te hebben. </span></span></p><p><span><span>Wel wordt de waarde van de geschonken goederen <strong>geïndexeerd</strong> tot op de datum van het overlijden. Die indexering gebeurt op basis van de index van de consumptieprijzen, waarbij de basisindex deze van de maand van de schenking is. Ook met het oog op de inkorting van de gedane schenkingen wordt voor de samenstelling van de fictieve massa de geïndexeerde waarde op de dag van de schenking in aanmerking genomen, en dus niet meer de waarde op de dag van het overlijden.</span></span></p><p><span><span><strong>Uitzondering:</strong> voor schenkingen waarbij de begiftigde niet vanaf de dag van de schenking het recht heeft om te beschikken over de volle eigendom van de geschonken goederen, bijvoorbeeld bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik of bij een schenking met een onvervreemdbaarheidsclausule, wordt er rekening gehouden met de waarde van de geschonken goederen bij het overlijden, of op de dag van het verkrijgen van het recht om over de volle eigendom te beschikken (bijvoorbeeld de datum van de verzaking aan het vruchtgebruik), vanaf die datum geïndexeerd tot op de dag van het overlijden.</span></span></p><p><span><span><strong>Let op!</strong> De regel dat inbreng en inkorting geschieden op grond van de geïndexeerde intrinsieke waarde van het geschonken goed is niet alleen van toepassing op schenkingen onder het nieuwe erfrecht (dus gedaan na 1 september 2018), maar ook op schenkingen van vóór 1 september 2018 (tenzij u destijds geopteerd heeft voor een verdere toepassing van het oude erfrecht).</span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Probleem: verschillen in waardering","richBody":{"value":"<p><span><span>De indexering bij uw overlijden van de schenkingen die u tijdens uw leven gedaan heeft, gebeurt als volgt. </span></span></p><p><span><span>Men vertrekt van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, zowel voor roerende als voor onroerende goederen. Deze waarde wordt vervolgens geïndexeerd tot de  dag van het overlijden. De indexering gebeurt op basis van de index van de consumptieprijzen, waarbij de index van de maand van de schenking de basisindex is.</span></span></p><blockquote><p><span><span>Ook een indexering kan tot ongelijke schenkingen leiden</span></span></p></blockquote><p><span><span>De intrinsieke waarde van de geschonken goederen is de waarde vermeld in de schenkingsakte of uitgedrukt op de dag van de schenking (behalve indien zij manifest onredelijk is).</span></span></p><p><span><span><strong>Voorbeeld:</strong> Pierre heeft in 2003 een bouwgrond met een waarde van 200.000 euro geschonken aan kind A. Door de stijging van de vastgoedprijzen is die grond nu bijvoorbeeld 400.000 euro waard. In 2010 heeft hij 200.000 euro cash geschonken aan kind B en in 2013 200.000 euro cash aan kind C. Als Pierre in oktober 2023 overleden zou zijn, geeft dat op het vlak van de inbreng van de schenkingen het volgende resultaat (we zetten er ook de vergelijking met het oude systeem bij om het verschil in benadering te illustreren):</span></span></p><p><span><span>Waardering schenking voor inbreng:</span></span></p><table><thead><tr><th /><th>     <span><span><span>Oud erfrecht </span></span></span>      </th><th>       <span><span><span>Nieuw erfrecht </span></span></span>  </th></tr></thead><tbody><tr><th>A             </th><td><p><span><span><span>400.000 €</span></span></span></p><p><span><span><span>(waarde grond bij verdeling)          </span></span></span></p></td><td><p><span><span><span>312.392 €</span></span></span></p><p><span><span>(waarde op dag schenking, geïndexeerd)      </span></span></p></td></tr><tr><th>B</th><td><p>200.000 €</p><p><span><span><span>(waarde dag schenking) </span></span></span></p></td><td><p><span><span><span>281.099 €</span></span></span></p><p><span><span>(waarde op dag schenking, geïndexeerd)</span></span></p></td></tr><tr><th>C</th><td><p><span><span><span>200.000 €</span></span></span></p><p><span><span><span>(waarde dag schenking)</span></span></span></p></td><td><p><span><span><span>258.960 €</span></span></span></p><p> </p><p><span><span>(waarde op dag schenking, geïndexeerd)</span></span></p></td></tr></tbody></table><p><span><span>A zal bij het overlijden van Pierre dus een schenking van 312.392 euro moeten inbrengen, B een schenking van 281.099 euro en C een schenking van 258.960 euro. Hoewel Pierre dacht aan elk kind evenveel gegeven te hebben, moeten ze toch elk een totaal verschillend bedrag inbrengen dat aangerekend zal worden op hun aandeel in de nalatenschap van Pierre, tenzij ze in de schenkingsakte (of in het bewijsdocument indien het om een bankgift gaat) uitdrukkelijk vrijgesteld zijn van inbreng.</span></span></p><p><span><span>Het is met andere woorden niet omdat voor alle schenkingen de waarde op de dag van de schenking in aanmerking genomen wordt, dat elk kind automatisch geacht wordt evenveel gekregen te hebben. Door de indexering wordt immers enkel de omvang van de waardeschommeling binnen zekere perken gehouden (de waardeschommeling is voor iedereen even groot - namelijk de index - en is niet langer afhankelijk van de vastgoedprijzen of de situatie op de beurzen).</span></span></p><p><span><span>Door middel van de indexering heeft de wetgever er rekening mee willen houden dat de begiftigden van de ‘oudere’ schenkingen al langer inkomsten uit de geschonken goederen hebben kunnen genieten (enkel de intrinsieke waarde van de schenking wordt geïndexeerd, niet de inkomsten).</span></span></p><p><span><span>Gebeuren alle schenkingen aan alle kinderen op hetzelfde moment, dan zal de indexering uiteraard voor elk kind even groot zijn. In dat geval zal er dus bij uw overlijden geen verschillende inbrengwaarde zijn.</span></span></p><p><span><span>Gezien de bijzonder hoge inflatie van de voorbije jaren kunnen er dus wel enorme verschillen in waardering tussen de verschillende schenkingen ontstaan zijn, in geval er een bepaalde tijdspanne verstreken is tussen de verschillende schenkingen.</span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Hoe de indexering neutraliseren?","richBody":{"value":"<p><span><span>Enerzijds is deze regel van dwingend recht (art. 4.93 Burgerlijk Wetboek). Het is dan ook niet mogelijk om de indexatie uit te schakelen of te plafonneren, of om een andere index dan de consumptieprijsindex te kiezen. </span></span></p><p><span><span>Anderzijds is het in veel gevallen niet redelijk om voor de erfrechtelijke verrekening van schenkingen enkel de intrinsieke waarde op het ogenblik van de schenking in aanmerking te nemen. Een herwaardering van de waarde op het moment van de schenking is misschien wel wenselijk, maar een uniforme herwaarderingsmethode gekoppeld aan de index van de consumptieprijzen is dat vaak niét. </span></span></p><p><span><span>Waar de (burgerrechtelijke) intrinsieke waarde van de schenking door de indexatie immers steeds toeneemt, zeker gelet op de recente hoge inflatie, is dat niet noodzakelijk het geval voor de evolutie van de reële (economische) waarde. Heeft u bijvoorbeeld een effectenportefeuille geschonken, dan heeft de recente negatieve beursevolutie (net zoals die van bijvoorbeeld 2018) niet bepaald voor een toegenomen waarde gezorgd... In ons voorbeeld hierboven moet kind C een schenking van 258.960 euro inbrengen, terwijl de effectenportefeuille als gevolg van de huidige aandelenkoersen misschien slechts 170.000 euro waard is.</span></span></p><blockquote><p><span><span>Onder andere via een globale erfovereenkomst kunt u een en ander corrigeren</span></span></p></blockquote><p><strong><span><span><span>Mogelijke oplossingen</span></span></span><span><span><span>:</span></span></span></strong></p><p><span><span>Als u bijvoorbeeld drie kinderen heeft die vrij veel verschillen in leeftijd en u elk van hen op zijn of haar 25ste verjaardag eenzelfde bedrag wil geven zónder dat er bij uw overlijden een verschillend bedrag ingebracht moet worden (met alle mogelijke discussies van dien), dan zou u aan uw tweede en uw derde kind een bedrag kunnen schenken dat geïndexeerd is op basis van de index van de consumptieprijzen met de index van de maand van de schenking aan uw oudste kind als basisindex. Op het moment van uw overlijden zal elke schenking dan een gelijke indexering (met als basis de maand van de eerste schenking) ondergaan hebben, zodat er exact gelijke bedragen ingebracht moeten worden.</span></span></p><p><span><span>Een andere mogelijkheid is dat u samen met uw drie kinderen een globale erfovereenkomst afsluit waarin alle gedane schenkingen worden opgenomen en er een evenwicht tussen de kinderen vastgesteld wordt. Een globale erfovereenkomst heeft immers als gevolg dat de partijen geen inbreng of inkorting meer kunnen vragen van de schenkingen die erin opgenomen zijn.</span></span></p><p><span><span>Nog een andere mogelijke oplossing bestaat erin om via een testament te voorzien in een bijzonder legaat buiten erfdeel dat, op basis van een zelf gekozen formule, de (hoge) indexatie compenseert. Anders gezegd: via een testament laat u méér na (‘buiten erfdeel’) aan de kinderen die door de indexatie teveel benadeeld zouden zijn.</span></span></p><p><span><span>Afhankelijk van de concrete situatie kunt u eventueel ook bewust opteren voor schenkingen met voorbehoud van vruchtgebruik (al is dat in de praktijk niet altijd mogelijk of wenselijk). In dat geval gebeurt de verrekening van de schenking immers op basis van de waarde van het geschonken goed op de dag van het overlijden van de schenker (zie hoger).</span></span></p><p><span><span>Tenslotte kunnen de erfgenamen-begiftigden ook altijd, na het openvallen van de nalatenschap, in onderling akkoord afwijken van de indexatiemethode en zo de schenkingen ‘egaliseren’. Het spreekt evenwel voor zich dat dit niet altijd een evidente oplossing zal zijn en dat het sowieso beter is dat u vóór uw overlijden de (al dan niet subjectieve) gelijkheid van uw erfgenamen zelf bewerkstelligt.</span></span></p><p><span><span><strong>Raadpleeg uw Private Banker voor meer info over de impact van de nieuwe erfrechtregels op uw schenkingen.</strong></span></span></p>"}},{"componentType":"paragraph","title":"Conclusie","richBody":{"value":"<ul><li><span><span>Verloopt er veel tijd tussen schenkingen, dan kan de indexering ervan leiden tot een grote ongelijkheid tussen de inbrengwaarde van die schenkingen op het ogenblik van uw overlijden, zeker in tijden van zeer hoge inflatie. Uw kinderen zullen dan geacht worden niet hetzelfde bedrag gekregen te hebben.</span></span></li><li><span><span>Een oplossing hiervoor is bijvoorbeeld dat u in een globale erfovereenkomst de gedane schenkingen opneemt en een evenwicht vaststelt tussen de kinderen. De opgenomen schenkingen moeten dan niet meer ingebracht worden. Op die manier voorkomt u eventuele discussies tussen uw kinderen bij uw overlijden. </span></span></li><li><span><span>Andere oplossingen zijn onder andere dat er wel degelijk op voorhand met de indexering rekening gehouden wordt (en er dus niet bij uw overlijden over gediscussieerd kan worden) en u bij de recentere schenkingen een reeds geïndexeerd bedrag schenkt, zodat er bij uw overlijden gelijke bedragen ingebracht moeten worden. Ook via een testament kunt u één en ander corrigeren.</span></span></li></ul>"}}]}}}